Op 20 November 2011 is het de 75e sterfdag van José Buenaventura Durruti Dumange. Durruti was een bijna mythische figuur binnen de Spaanse anarchistische beweging en tijdens de Spaanse burgeroorlog en revolutie. Over die periode heeft Hessel Schaaf al eerder een uitstekend artikel op deze website geschreven, ter ere van de 75e verjaardag van die gebeurtenis.
Buenaventura Durruti werd geboren op 14 Juli 1896 in Leon, in het bergachtige noorden van Spanje, als de zoon van een libertair socialistische spoorwegwerker. Op 14-jarige leeftijd verliet hij zijn school om een opleiding tot spoorwegmonteur te volgen en sloot hij zich aan bij de socialistische Union General de Trabajadores (UGT). In Augustus 1917 nam hij deel aan een massale UGT staking nadat de overheid een overeenkomst tussen de vakbond en de werkgevers had vernietigd. De overheid beval het Spaanse leger om de staking te breken wat leidde tot 70 doden en 500 zwaargewonden onder de arbeiders. Meer dan 2000 stakers werden gevangen gezet zonder proces. Volgens de bourgeoisie en hun hielenlikkers bij de rechtse pers had het leger ‘de natie gered’ met deze acties. De zware, dodelijke repressie waren tekenend voor de klassenstrijd in die tijd, een situatie die alleen maar erger zou worden in de daaropvolgende decennia.
Durruti wist naar Frankrijk te vluchten waar hij in contact kwam met enkele verbannen anarchisten. De wreedheid van de Spaanse staat had een gigantisch effect op de jonge Durruti. In Parijs werkte Durruti als een monteur maar besloot om in 1919 terug te keren naar Spanje via Baskenland. Kort hierop overtuigde de voorzitter van de recent opgerichte anarcho-syndicalistische vakbond Confederacion Nacional del Trabajo(CNT), waar Durruti zich bij had aangesloten, hem om naar Barcelona te gaan om daar de arbeiders te helpen organiseren. In Barcelona werden opstandige arbeiders, vakbondsleden en hun advocaten hardhandig onderdrukt en vermoord door de politie en doodseskaders van werkgeversorganisaties. Durruti richtte samen met enkele andere kameraden de groep Los Justicieros (“De wrekers”), een gewapende groep die de gewelddadige repressie van de werkgevers en politie met gelijke munt beantwoordde. De groep werkte nauw samen met andere anarcho-syndicalistische vakbondsleden in het regelen van wapens en schuilplaatsen voor de steeds intenser wordende Spaanse stadsguerilla. Het paramilitaire element is altijd aanwezig geweest in Durruti’s leven en in de organisatie van de militante klassenstrijd, vaak uit bittere noodzaak om te overleven tegen het bizarre staatsgeweld en de doodseskaders. De ervaring met deze gewapende strijd zou Durruti en veel van zijn kameraden later goed van pas komen tijdens de Spaanse burgeroorlog en de sociale revolutie.
In Februari 1919 brak er een massale staking uit bij de grote elektriciteitsfabriek Canadiense te Barcelona omdat seven collega’s ontslagen waren om politieke redenen en de lonen erg laag waren. De staking werd georganiseerd door de (CNT). Initieel leek de Engelse manager bereid om toe te geven maar op advies van de Kapitein-Generaal, een soort lokale militaire commandant, besloot hij dit niet te doen. Hierna ging de Kapitein-Generaal over tot de arrestatie van sleutelfiguren binnen de CNT en kondigde de noodtoestand af, ondanks het feit dat het hier een legale staking betrof. Als antwoord hierop organiseerden de arbeiders van Barcelona een massale algemene staking met meer dan 100,000 deelnemers om de CNT leden vrij te krijgen waarna het leger overging tot de arrestatie van duizenden arbeiders. Het is ook in deze context van consequent, hardhandig staatsgeweld dat de Spaanse arbeidersbeweging en haar anarchistische vleugel in het bijzonder zich vaak van paramilitaire tactieken als respons bedienden.
De nieuwe regering onder leiding van de premier conservatieve Eduardo Dato, een voormalige advocaat en bankier, was instrumentaal in de zware repressie. De enorme toename van repressie zorgde ervoor dat tussen 1919 en 1922 bijna iedere bekende anarchist of syndicalist vermoord door de zogenaamde ‘pistoleros’, doodseskaders die voor de werkgeversorganisaties werkten. De pistoleros waren vaak criminelen, huurmoordenaars of ander louche tuig wat voor flink wat geld als knokploeg van de elite optrad in de zogennaamde ‘witte terreur’. De nieuwe burgemeester en politiecommissaris bestreden de anarchisten met ieder middel dat ze hadden, van staatsgeweld en huurlingen tot het oprichten van een door de staat en werkgevers gecontroleerde ‘vakbond’, het Sindicato Libre. De intensiteit van de stadguerilla nam toe, in 1921 pleegde Los Justicarios een onsuccesvolle aanslag op koning Alfonso XIII tijdens zijn bezoek aan San Sebastian als poging tot vergelding voor voor de repressie en op 8 Maart 1921 schoten 3 Catalaanse anarchisten premier Dato dood in zijn auto. Tussen 1922 en 1923 groeide de Los Justicarios groep en werd de groep Los Solidarios (“De solidairen”) opgericht als de opvolger van Los Justicarios.
Als in Maart 1923 CNT-voorzitter Salvador Segui, ironisch genoeg altijd een tegenstander van de paramilitaire tactieken, word vermoord door enkele Pistoleros en besloten Durruti en enkele kameraden om hun pijlen te richten op kardinaal Juan Soldevilla y Romero. Soldevilla, die zichzelf als een echte ‘man van god’ zag, was een sleutelfiguur binnen het stakingsbrekende Sindicato Libre en de Pistolero doodseskaders en een gigantische rijke kerkleider. Soldevilla bezat meerdere hotels, casino’s en louche gokcafe’s naast een grote hoeveelheid aandelen in het grootste casino van Spanje. Soldevilla, die voor het gemak maar vergeten was hoe Jesus de woekeraars uit de tempel had gegooid, had er dus naast een ideologische haat tegen anarchisten ook een groot persoonlijk belang bij om de repressie op te zwepen. Durruti en zijn kameraden besloten hem uit de weg te ruimen en slaagden hier dan ook in. Durruti zelf nam zulke zaken niet lichtelijk op, pure vergelding en geweld om het geweld verafschuwde hij dan ook maar als de keuze kwam tussen dat of het knielen voor de uitbuiting en repressie restte hem en zijn kameraden immers geen andere keuze.
In deze politiek rumoerige situatie doet grijpt generaal Miguel Primo de Rivera in September 1923 de macht onder het mom van een ‘tijdelijke ingreep’ die noodzakelijk was tot om het land weer ‘stabiel’ te krijgen, het traditionele zoutloze excuus van militaire coupplegers. Hierna werden anarchistische organisaties en publicaties verboden, diverse anarchisten vermoord, gevangen gezet of verbannen. Als reactie organiseerden Durruti en zijn kameraden verschillende aanvallen op de militaire barakken in Barcelona en op militaire buitenposten in de buurt van Frankrijk. Na enkele ernstig mislukte aanvallen vluchtten Durruti en enkele kameraden naar Latijns-Amerika waar ze veel reisden en zich vol in de sociale strijd daar stortten.
Durruti en zijn goede kameraad Ascaso arriveerden eerst in Argentinie waar ze met veel enthusiasme ontvangen werden door grote hoeveelheden arbeiders, die bekend waren met hun reputatie in Spanje. In Argentinie werkten ze kort samen met de Italiaanse insurrectionaire anarchist Severino di Giovanni, een beruchte dandy die betrokken was bij de gewapende strijd in Italie en Argentinie. De politie zat hen echter vanaf het allereerste moment op de hielen na waarschuwingen vanuit de Spaanse overheid aan het adres van diverse Latijns-Amerikaanse overheden. Durruti en zijn groep reisen van Chile naar Uruguay en Mexico nadat ze in Argentinie ter dood veroordeel waren als anarchistische oproerkraaiers.
Tijdens zijn verblijf in Latijns-Amerika hadden enkele groepen van Spaanse anarchistische militanten die in Frankrijk verbleven diverse aanvallen georganiseerd op militaire posten net over de grens met Spanje, iets waarin ze ondersteund werden door de Franse anarchisten. Durruti kende Frankrijk en vooral Parijs goed en besloot om samen met zijn groep naar Frankrijk te trekken waar Durruti een boekenwinkel opende. Hier leerde hij de legendarische Ukrainse anarchist Nestor Makhno, die met zijn insurrectionaire leger tijdens de Ukrainse revolutie het ‘Vrije Territorium’ had gevestigd in een gebied van meer dan 7 miljoen mensen. Deze anarcho-communistische zone was een statenloze, klassenloze federatie van communes en arbeidersraden die van 1918 tot 1921 bestond en een inspiratie zou zijn voor Durruti en zijn groep. De lessen die hij trok uit de conversaties met Makhno zouden zijn libertaire gedachtegoed alleen maar versterken.
Als koning Alfonso XIII in 1924 Parijs bezoekt pogen Durruti en Ascaso wederom om hem te vermoorden, waarin ze niet slaagden. Beiden werden gevangen genomen en Argentinie eiste hun uitlevering om ze ter dood te kunnen veroordelen. De Franse anarchistische beweging organiseerde echter een gigantische campagne waarmee ze de Argentijnse autoriteiten wisten te dwarsbomen en in 1925 werden Durruti en Ascaso uit de gevangenis gezet en verbannen. Belgie en Luxemburg weigerden hen echter de toegang en dus probeerden ze naar Duitsland te gaan, waar de sociaal-democraten hen de toegang tot het land weigerden. Hierop keerden Durruti en Ascaso heimelijk terug naar Frankrijk en leefden ondergedoken in Parijs waar ze leefden van de solidariteit van hun Franse kameraden, iets wat hen enorm dwars zat. Hierop reisden ze naar Lyon en vonden daar werk, waarna ze door de politie ontdekt werden en ze uiteindelijk naar Belgie vluchtten.
In 1927 richtten anarchistische militanten uit heel Spanje de Federacion Anarquista Iberica (FAI) op om de diverse groepen en federaties van anarchisten door heel Spanje te coördineren. Na de val van de Spaanse monarchie in 1931 keerden Durruti en zijn kameraden, waaronder zijn Franse vriendin Emilienne die zwanger was met zijn dochter Colette, uiteindelijk terug naar Barcelona. Hier werd Durruti een invloedrijke militant binnen de twee grootste anarchistische organisaties in Spanje, de FAI en de CNT. Als in Mei 1931 de zogenaamde republikeinse overheid, een verzameling van liberale en sociaaldemocratische politici, wordt gevormd begint de CNT te scheuren. Angel Pestana, een prominente reformist binnen de CNT, was van mening dat de CNT haar steun voor deze regering, die nu het linkse masker van het kapitaal vormde, moest uitspreken. Durruti vormde samen met enkele andere anarchisten de Nosotros (“Wijzelf”) groep, als opvolger van Los Solidarios. Deze groep koesterde geen illusies over de pas gevormde republiek en haar ware aard. In plaats daarvan richtte de groep zich op de agitatie voor de sociale revolutie. De invloed van Durruti’s groep veroorzaakte een splitsing binnen de CNT waarna een reformistische fractie zich onder leiding van Angel Pestana in 1931 afsplitste om de Syndicalistische Partij op te richten. Durruti, de FAI en de meerderheid binnen de CNT zouden weldra gelijk krijgen.
In juli van dat jaar brak er een grote staking uit onder arbeiders in de telefooncentrales tegen de nog immer miserabele condities onder de nieuwe republiek. Vrijwel onmiddellijk greep de nieuw gevormde Guardia de Asalto, de paramilitaire politie van de republikeinse overheid, met harde hand in en maaide diverse arbeiders neer met machinegeweren. Stakingen in diezelfde sector die hierop volgden werden met harde hand onderdrukt door de republikeinse overheid en bij een staking in Sevilla vermoorde de Guardia de Asalto 30 arbeiders en verwonden ze 300 van hen zwaar, iets wat ze herhaalden bij een andere staking in San Sebastian. Deze republikeinse overheid, die door delen van reformistisch en autoritair links werd geprezen als ‘de eerste opstap naar het socialisme’ toonde haar ware aard: de bourgeois staat van het oude Spanje, overgoten met de bloedrode saus van een vals socialisme.
De steun die de reformistische vakbond UGT gaf aan de nieuwe regering maakte haar met de dag irrelevanter en zorgde voor en explosieve groei van de CNT. Diverse cellen binnen de FAI organiseerden bankovervallen om de groeiende arbeidersstrijd te financieren, ze namen terug wat de arbeidersklasse altijd al toekwam. De FAI, die nu definitief het Libertair Communisme als haar streven had aangenomen, organiseert in 1923 in samenwerking met de Trotskistische ICE (de voorloper van de latere POUM) een grote opstand in Catalonie. De opstand werd met een enorme legermacht gebroken en Durruti en vele anderen werden gedeporteerd naar Spaans Guinea in Afrika. Een grootschalige campagne gepaard met militante druk op de Spaanse staat zorgde echter voor de vrijlating van hem en vele anderen en zijn terugkeer naar Spanje. Na een volgende grootschalige opstand in Januari 1933 volgden de twee zogenaamde ‘zwarte jaren’ van nog grootschaligere repressie door de republikeinse overheid tegen de arbeidersklasse, de anarchistische beweging en Durruti in het bijzonder. Als reactie hierop (en op de algehele ellendinge toestand in Spanje) vonden in 1934 massale opstanden plaats in Asturie waarbij de UGT en diverse delen van ‘links’ de kant kozen van de staat en het leger tegen de opstandige arbeiders. Omdat veel arbeiders zich tegen de gehate katholieke kerk keren plunderen ze diverse kloosters en kerken en worden veel corrupte en tirannieke bisschoppen doodgeschoten. De conservatieve heersende klasse en de republikeinse regering roepen de hulp in van Generaal Franco om de opstanden neer te slaan en in November 1934 worden meer dan 1,000 arbeiders, voornamelijk mijnwerkers, vermoord en worden er 30,000 gevangengezet. In 1934 beginnen zich ook de eerste contouren van een nieuwe fascistische partij, de Falange, af te tekenen. De Falange werd voornamelijk opgericht door rijkeluis zoontjes en de aristocratie die de opstandige arbeiders en hun pogingen om hun juk af te werpen vreesden.
In Februari 1936 wordt de zogenaamde ‘Volksfrontregering’ bestaande uit diverse republikeinen, sociaal-democraten, de Trotskistische POUM en de Stalinisten van de PCE verkozen. Als respons hierop kaapte een groep Falangisten op 11 Juli het radiostation in Valencia met de boodschap:“Dit is radio Valencia! De Falange heeft de controle over het radiostation overgenomen en morgen zal hetzelfde gebeuren met alle radiostations in Spanje!”. Na de moord op een linkse luitenant begin juli, werd op 13 juli de leider van de monarchisten door linkse schutters omgebracht. Dan neemt Generaal Franco op 17 Juli het commando over enkele in de toenmalige kolonie Marokko gestationeerde troepen over en vaardigde een manifest uit waarbij hij opriep de republiek omver te werpen en de autoritaire Spaanse staat op conservatieve grondslag te herstellen. In de daarop volgende dagen sloten de Falange, grote delen van het leger, de landheren, de werkgevers, de aristocratie en uiteraard de kerk zich bij hem aan in zijn poging tot staatsgreep.
In Barcelona begonnen de eerste manifestaties van de coup op 19 Juli. Durruti was net uit het ziekenhuis ontslagen na een herniaoperatie en wierp meteen samen met grote groepen arbeiders van de CNT en FAI barricades op, waarna ze diverse depots plunderden voor dynamiet en wapens en enkele voertuigen omvormden voor militaire doeleinden. De anarchisten de Ataranzaras barakken aan en na hevige vuurgevechten versloegen ze de fascistische troepen. Tijdens deze gevechten sneuvelde Durruti’s goede kameraad Ascaso in regen van vijandelijk lood. De opstandige arbeiders gaven echter niet op en tegen de avond van 20 Juli was het leger in Barcelona volledig verslagen. Hoewel de dood van Ascaso, een goede vriend en jarenlange kameraad, hen zwaar op het hart lag was er geen sprake van om de droom, van een vrije wereld zonder uitbuiting en overheersing, waar hij en zo veel anderen voor gestorven waren op te geven.
Op 24 Juli begon de implementatie van het libertair communisme dicht bij de realiteit te komen. Het vormen van diverse collectieven en de organisatie van arbeiderszelfbestuur werden op grote schaal waargemaakt. Durruti vertrok op die dag met een groep van 3,000 gewapende arbeiders, de zogenaamde ‘Durruti Collone’, naar Zaragoza wat bezet was door de fascisten. Deze militaire eenheid, georganiseerd zonder officieren maar van onderop, wist Zaragoza te bereiken door de fascistische versperringen heen en vestigde het zogenaamde aragon front. De Durruti Collone wist Zaragoza te bevrijden en Durruti vertelde een Russische journalist het volgende:
Misschien overleven er maar honderd van ons, maar met die honderd zullen we Zaragoza binnen trekken, het fascisme vernietigen en het libertair communisme vestigen, ik ga wel voorop. We zullen de vrije commune uitroepen en we gaan niet knielen voor Madrid of Barcelona, niet voor Azana en niet voor Companys… We zullen jullie Bolsjewieken eens laten zien hoe je een revolutie maakt!
De militaire overwinning van de Durruti colonne stelde de anarchistische boerencollectieven in Aragon veilig en verzekerde de voedselvoorraad van Catalonie. Waar de collone ook heen trok, brachten ze de collectivisering met zich. De pogingen van de Sovjet-Unie om rust te garanderen in de rest van Europa via hun communistische partijen, om zo realpolitiek te kunnen blijven bedrijven met de kapitalistische staten daar, leidde tot de afwijzing en zelfs grootschalige onderdrukking van echte pogingen tot sociale revolutie in Spanje. In een interview met de Nederlands-Canadese journalist Pierre van Paassen van de Toronto Star, afgenomen in een gepantserde FAI trein die het front bevoorraadde zei Durruti het volgende over die situatie:
We weten heel goed wat we willen. Wat kan ons het schelen dat er ergens een of andere Sovjet Unie onder leiding van Stalin is die voor haar eigen stabiliteit en relaties de arbeiders van Duitsland en China opoffert aan de Fascistische barbaren. We willen een revolutie hier in Spanje, hier en nu, niet misschien na de volgende grote Europese oorlog. (..) Ik verwacht geen hulp voor onze revolutie van welke overheid waar dan ook, al helemaal niet onze eigen overheid
“Maar” onderbrak van Paassen hem, “Straks heb je niks meer over behalve een grote ruïne!”
Durruti antwoordde hierop:
We hebben altijd in krotten en godvergeten gaten in de muur gewoond. We kunnen ons echt wel even redden. Je moet niet vergeten dat we ook goed kunnen bouwen. Wij, de arbeiders, hebben alle paleizen en steden gebouwd, hier in Spanje, in Amerika en overal ter wereld. Wij, de arbeiders, kunnen prima nieuwe bouwen om de oude te vervangen. En betere ook! Wij zijn niet bang van ruines! De aarde is ons erfgoed, daar twijfelen we niet aan. De bourgeoisie kan haar eigen wereld in vuur en vlam zetten voor ze het podium van de geschiedenis verlaat maar wij dragen een nieuwe wereld, hier, in onze harten. En die wereld groeit met iedere minuut.
Aan het begin van November 1936 belegerde Franco Madrid, de stad die hij liever ‘tot de grond toe zou platbranden dan in handen van de communisten zou laten’. De Duitse Nazi luchtmacht ondersteunden Franco met brandbombardementen. In deze gevaarlijke situatie besloten Durruti en 4,000 leden van de Collone om van Aragon naar Madrid te trekken, ter ondersteuning. Zijn aankomst werd met luid gejuich ontvangen en hield de fascistische troepen langer op afstand. Maar op 19 November werd hij in een vermeend veilige sector van Madrid doodgeschoten. Sommigen beweren dat het een geval van onvoorzien ‘friendly fire’ was, maar de chauffeur van Durrit’s auto, Julio Grave, vertelde het volgende over die dag:
We kwamen langs een aantal kleine hotelletjes en gingen naar rechts. Aangekomen in de grote straat zagen we een groep militieleden op ons afkomen. Durruti dacht dat het jonge mannen waren die van het front afkwamen. Het gebied was volledig verwoest door kogels die vanuit het ziekenhuis, bezet door de fascisten en de Guardia Civil, waren afgevuurd. Durruti vroeg me de auto te stoppen en stapte uit om de militieleden te vragen waar ze heen gingen. Hij zei hen naar het front te gaan waarop ze dit ook deden. Toen Durruti terug liep naar de auto werd de enorme kogelregen vanuit het ziekenhuis sterker. Toen Durruti de deur van de auto opende stortte hij in, een kogel door zijn borstkas.
De volgende dag, op 20 November overleed Durruti in een veldhospitaal aan zijn verwondingen. Op 22 November werd zijn lichaam naar Barcelona gebracht en de volgende ochtend liepen duizenden langs zijn opgebaarde lichaam. Tijdens zijn begrafenis kwamen uit alle richtingen mensen aanlopen. Heel Barcelona ging de straat op voor een laatste eerbetoon. Veel groepen waren naar buiten gekomen met vlaggen en grote bannieren, met teksten als ‘We zullen hem wreken!’. De immense mensenmassa stroomde naar het centrale plein waar Durruti’s kameraden zijn kist op hun schouders droegen. Gewapende militieleden liepen naast de kist en een anarchistische muziekgroep speelde ‘Zonen van het volk’ en het bekende ‘A las barricadas!’. Er waren meer dan 500,000 mensen aanwezig en velen zwaaiden met zwart-rode vlaggen en hieven hun vuisten op in een laatste eerbetoon aan Buenaventura Durruti.
Het nalatenschap van Durruti werd levend gehouden door de ‘Agrupación de los Amigos de Durruti’, oftewel de ‘Friends of Durruti’ (FoD) groep. De FoD was een belangrijke fractie binnen de CNT en FAI die zich altijd tegen de collaboratie met de republikeinse volksfrontregering hebben gekeerd en zich consequent zijn blijven inzetten voor het libertair communisme. De FoD werd in 1937 opgericht door anarchistische veteranen van het Gelsa-front die weigerden zich te onderwerpen aan de republikeinse regering en hun eigen militaire groepen op te geven en samen te smelten met het republikeinse leger. De FoD ageerde zwaar voor en tijdens de zogenaamde ‘Mei-gebeurtenissen’ van 1938, toen gewapende groepen van de Stalinistische PCE en politieagenten van de republikeinse regering de anarchistische collectieven aanvielen, stakingen braken en tot massale arrestaties en executies overgingen. De reformisten en zelfbenoemde ‘gematigden’ binnen de CNT, die inmiddels posities binnen de volksfrontregering bekleedden, stonden hier machteloos en bijna passief tegenover. De principieele posities van de FoD en de erfenis van Durruti, dat het verspreiden van de sociale revolutie het beste wapen tegen het fascisme en de bourgeoisie is, werd door de geschiedenis bevestigd. Het stopzetten van de sociale revolutie uit naam van een ‘verenigd antifascisme’ demoraliseerde grote groepen arbeiders niet alleen, het gaf de bourgeoisie de mogelijkheid om haar macht terug te veroveren wat het doek deed vallen voor Spaanse revolutie.
Buenaventura Durruti was geen leider, geen generaal met officiële autoriteit en geen zelfbenoemde profeet. Hij was bovenal een charismatische anarchist, een arbeidersjongen die de ellende, repressie en uitbuiting van het kapitalisme dag in, dag uit meemaakte en zich daar altijd tegen verzette. Hoe hard de staat en het kapitaal ook terug sloegen, hoe ver hij ook moest vluchten: Durruti koos er liever voor staand te sterven dan geknield te leven. Zijn leven en dood zijn tekenend voor de militante en toegewijde anarchistische beweging in Spanje in die tijd en een voorbeeld voor diegenen die dat vuur brandende houden vandaag de dag.
Bronnen:
Korte biografie van Durruti – http://libcom.org/history/durruti-buenaventura-1896-1936
Uitgebreide biografie van Durruti – http://libcom.org/library/buenaventura-durruti-peter-newell
Interview met Durruti – http://libcom.org/history/barcelona-meeting-durruti-taking-sietamo-%E2%80%93-pierre-van-paassen
Biografie van de Friends of Durruti – http://libcom.org/library/friends-durruti-group-1937-39-agustin-guilam%C3%B2n
Pamflet van de Friends of Durruti – http://libcom.org/library/towards-fresh-revolution-friends-durruti
Gallerij:
- Buenaventura Durruti
- Durruti’s geboortehuis
- Los Solidarios
- Kardinaal Soldevilla
- Durruti’s politiefotos
- Koning Alfonso XIII
- Durruti aan het front
- Durruti aan het front
- Militanten van de Durruti Collone
- Militanten van de Durruti Collone
- Durruti’s begrafenis
- Via Durruti






















Comments
Zo even lezen ;)